Alle weblogberichten

De drie HB Experts van het Samenwerkingsverband in beeld

8 januari 2020

De drie HB Experts van het Samenwerkingsverband in beeld

Van links naar rechts: Marian Plat, Fanny Cattenstart, Marijke Schekkerman

In deze serie blogs (.... in beeld) staat de expertisepool van het samenwerkingsverband centraal. Iedere maand stellen we een expert aan jullie voor die ondersteuning kan bieden bij specifieke vragen rondom een leerling bij jullie op school. Deze maand komen in het vierde blog bij wijze van uitzondering maar liefst drie deskundigen aan het woord: Marijke Schekkerman, Marian Plat en Fanny Cattenstart, de drie experts die het samenwerkingsverband voor twee jaar heeft aangetrokken om met scholen mee te denken over vraagstukken op het gebied van de begeleiding van cognitief getalenteerde leerlingen. Met ieder hun eigen expertise, en daarom samen in één blog.

(NB: Omwille van de leesbaarheid, is in enkele gevallen het antwoord op een vraag samengevat.)

1.       Wie ben je?

M.S.: ,,Ik ben Marijke Schekkerman en ik woon in Weesp met mijn man. Onze twee kinderen, van 22 en 23, zijn al het huis uit. Mijn fascinatie voor hoogbegaafdheid komt voort uit eigen ervaring, met mezelf en met mijn twee hoogbegaafde kinderen. Na mijn opleiding tot docent biologie en gezondheidskunde en een loopbaan in de automatisering binnen de gezondheidszorg, heb ik de ECHA opleiding (universitaire master specialist hoogbegaafdheid, red.) gedaan. Nu begeleid ik in mijn eigen praktijk scholen bij het passend maken van hun onderwijs voor hoogbegaafde kinderen én ik begeleid deze kinderen in de context van de school; het systeem waarbinnen zij hun weg moeten vinden.’’
M.P.: ,,Ik ben Marian Plat en ik woon met mijn man en drie kinderen – tussen de 10 en de 15 jaar oud – in Volendam. Daar werkte ik eerder in de toeristensector. Door ervaringen met mijn eigen kinderen op de basisschool, ben ik mij gaan verdiepen in hoogbegaafdheid en ik ben nooit meer gestopt met leren. In mijn eigen praktijk werk ik vooral met hoogbegaafde kinderen die daarnaast ook nog andere uitdagingen hebben die het op school soms moeilijk maken.’’
F.C.: ,,Ik ben Fanny Cattenstart en woon in Amsterdam met mijn dochter. Ik heb een lerarenopleiding natuur- en scheikunde gedaan, maar als docent hield ik het niet vol; ik was te kritisch, te empathisch, het was allemaal te overweldigend voor me. Ik dacht altijd dat ik een moeilijk mens was. Tot ik een artikel over hoogbegaafdheid las in de Viva, jaren geleden inmiddels. ‘Hûh?!’, dacht ik. ‘Dat gaat over mij! Maar dat kan niet want het gaat over slimme mensen!’ Ik herkende wat er stond ook heel sterk in mijn dochter, zij was toen drie. Vanaf dat moment kwamen de zaken veel meer in balans en ben ik mij gaan toeleggen op dit onderwerp. En dan vooral op de ‘zijnskant’, het gevoel van ‘anders zijn’ dat bij hoogbegaafden vaak speelt.’’

2.       Waar werk je? (Voor welk expertisegebied?)

Marijke: ,,Ik heb binnen de brede categorie van kinderen met een hoog IQ, een specialisme in de begeleiding van hoogbegaafde leerlingen met kenmerken van dyslexie. Vaak zijn dit de creatieve denkers die door hun omgeving niet worden begrepen en die zelf hun omgeving niet begrijpen. Dan ontstaat er een mismatch, zij passen niet in het keurslijf van hun schoolomgeving, het lukt hen gewoon niet. Dat heet dan onderpresteren, terwijl het eigenlijk gaat om ánders presteren en ánders leren. Met dat vraagstuk ga ik graag met de betrokkenen op scholen en met kinderen en hun ouders aan de slag. Wat is de overtuiging over HB vanuit het perspectief van de school? Hoe ervaart de leerling de schoolgang? Het kind wíl graag leren, de leerkracht en de IB-er wíllen graag helpen, maar als je elkaar niet snapt, ontstaat er onmacht. Door hierover in gesprek te gaan, verandert er al iets. Ik kan scholen helpen om hierin te groeien.’’
Marian: ,,Gaandeweg ben ik mij binnen het onderwerp hoogbegaafdheid meer gaan verdiepen in reflex-integratie. (Daarbij gaat het om leren herkennen en kanaliseren van de eigen reflexen, die zich uiten in automatische reacties op prikkels, red.) Dit speelt een grote rol bij kinderen die naast kenmerken van hoogbegaafdheid, signalen hebben van een autisme spectrum stoornis (ASS), of focusproblematiek zoals ADHD. Overigens werk ik zelf niet met deze labels. Ik onderzoek per situatie wat nodig is. Door dit specialisme krijg ik in mijn praktijk ook steeds vaker kinderen die niet per se hoogbegaafd zijn, maar wel uitdagingen hebben op het vlak van prikkelverwerking.’’
Fanny: ,,Mijn focus ligt sterk op het vlak van vroeg signaleren, dat kan zoveel onbegrip voorkomen. Ik hoorde in mijn omgeving verhalen over kinderen die vastliepen op school. Mijn dochter was toen drie, die moest nog beginnen. Hoezo, vastlopen? Daar wilde ik iets mee. Met de expertgroep waar ik deel van uitmaak, heb ik een aantal instrumenten voor vroeg-signalering ontwikkeld waarmee hoogbegaafdheid bij jonge kinderen kan worden herkend. Veel van die kenmerken hebben te maken met dat voortdurende gevoel ‘anders dan de anderen te zijn’. Ik gun het die kids om zichzelf te snappen vóórdat ze naar het voortgezet onderwijs gaan. Zodat zij weten hoe het komt dat er soms wrijving is met anderen; dat zij weten wie en hoe zij zijn te midden van anderen.’’

3.       Wat vind je het leukst aan je werk?

Marijke: ,,De diversiteit! Hoogbegaafdheid kent zoveel verschillende aspecten. Ik krijg er veel energie van om al die elementen te onderzoeken. Erover praten met kinderen, ouders, IB-ers, leerkrachten. Maar vooral met de kinderen zelf. Hun openheid en oorspronkelijkheid, daar kan ik enorm van genieten.’’
Marian: ,,Ik hou heel erg van het intensieve contact met de kinderen én met hun ouders en de leerkrachten die bij hen zijn betrokken. En dan te zien wat er gebeurt als ik echt verbinding met ze kan maken en dingen op hun plek vallen. Sinds ik me meer op reflex integratie richt, is mijn doelgroep meer divers geworden, dat vind ik ook erg leuk’’.
Fanny: ,,Ik vind het mooi om te merken hoe betekenisvol mijn werk kan zijn. Wat je ziet ontstaan als het inzicht groeit in de soms complexe situatie rondom een kind op school. Dan zie je bij professionals echt verandering, omdat ze beter begrijpen en beseffen wat dat kind nodig heeft.’’

4.       Wat vind jij de belangrijkste rol van jullie inbreng in het SWV?

Allen, samengevat: ,,Dat er op deze manier vanuit het samenwerkingsverband een duurzame en vooral ook overdraagbare ontwikkeling in gang wordt gezet op de scholen, als het gaat om de begeleiding van cognitief getalenteerde leerlingen in allerlei soorten en maten. Zodat die ingezette weg verder kan worden bewandeld als dit tweejarige traject ten einde is. Onze inzet is geslaagd als een school meer kan dan voordat wij kwamen. Met deze specifieke leerling, maar ook in een volgende, vergelijkbare situatie.’’ 

5.       Wanneer heb je voor het laatst contact gehad met een reguliere school? 

6.       Waar ging dat over?

Marijke: ,,Eerder deze week. Met de IB-er, de leerkracht en de ouders van een kind naar aanleiding van een observatie die ik in de groep had gedaan. Dat was een mooi gesprek, waarbij zorg, onderwijs en opvoeding heel sterk samen kwamen. We hebben het gehad over een geïntegreerde aanpak voor het kind, vanuit ouders én school.’’
Marian: ,,Vorige week was ik op en school voor twee totaal verschillende leerlingen, maar allebei hoogbegaafd. De één gaat heel erg snel – te snel – door de stof heen; de ander gaat juist heel erg langzaam en laat heel weinig van zichzelf zien. We hebben een nieuwe afspraak gemaakt om mogelijke vervolgstappen in kaart te brengen.’’
Fanny: ,,Gisteren nog. Dat ging over een training rondom de Taxonomie van Bloom. (Hierbij gaat het om het aanbieden van een rijkere leeromgeving door middel van hogere orde vragen en opdrachten waarbij de vaardigheden analyseren, evalueren en creëren centraal staan, red.) Deze school wil graag met het hele team aan de slag hiermee om beter te leren afstemmen op deze doelgroep.’’

7.       Welke nieuwe ontwikkelingen binnen jouw expertisegebied zijn interessant voor scholen?

Marijke: ,,Ik zou iedere school die hier iets mee wil het boek van Eide & Eide willen aanraden, ‘Dyslexie als Kans’. Het gaat over het creatieve brein dat vaak hoort bij dyslexie. Over de sterke kanten en mogelijkheden van conceptueel denken, versus de gedachte van ‘hoe meer ik leer, hoe meer ik weet’ die in het onderwijs soms heerst. Dit boek staat vol met evidence based neurologisch onderzoek over dyslexie in relatie tot creativiteit in brede zin. Een echt andere kijk op dyslexie.’’
Marian: ,,Ik heb gemerkt dat de psychomotorische ontwikkeling enorme invloed heeft op het lerend vermogen van een kind. Dat ben ik in mijn praktijk inmiddels zó vaak tegengekomen. Daarom ben ik mij gaan specialiseren in de Reflexintegratie Methode van Svetlana Masgutova (wetenschapper die deze theorie heeft ontwikkeld. red.). Daar valt nog een wereld te winnen.’’
Fanny: ,,Ik vind het heel fijn én heel belangrijk dat het gesprek over versnellen steeds opener wordt gevoerd. In plaats van dit onderwerp in beleid vast te willen leggen, veel meer per situatie kijken naar  wat nodig is voor dít kind in déze situatie. Het leven zit vol hobbels, we zouden ons minder moeten laten leiden door wat later misschien gaat gebeuren en doen wat nú de beste volgende stap is.’’   

8.       Wat vind jij succesvol aan passend onderwijs in onze regio?

Allen, samengevat: ,,Het is niet echt aan ons om hier iets van te vinden. Maar je ziet op het onderwerp waar wij mee bezig zijn in ieder geval dat dit samenwerkingsverband mooi in beweging is. Men heeft hier overduidelijk een lerende houding, dat merk je ook op de scholen waar wij komen.’’ 

9.       Als je het SWV een advies zou mogen geven, wat zou dat dan zijn?

Allen, samengevat: Het zou mooi zijn als er nog meer partijen met elkaar worden samengebracht om het aanbod op scholen te versterken. Dat gebeurt al steeds meer met jeugdzorg, maar denk ook aan inbreng vanuit muziekscholen, natuureducatie-organisaties, techniekaanbieders en ga zo maar door. De ontwikkeling van kinderen ligt veel breder dan alleen op school. Dit samenwerkingsverband is al heel goed bezig met het versterken van het eigen netwerk én het intensiveren van de samenwerking buiten de regio. Dus zet die ontwikkeling vooral door.’’

10.   Hoe kunnen we de HB-experts bereiken?

Scholen die ondersteuning van één van de experts willen bij vraagstukken met betrekking tot hoogbegaafdheid en talentontwikkeling, kunnen zich wenden tot Maria Zaal, onderwijsconsulent en projectleider van het project ‘Versterken van onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen’. Aan de hand van een concrete leervraag kan zij Marijke, Marian of Fanny op basis van ieders expertise in contact brengen met de betreffende school. Maria is te bereiken via m.zaal@po-zk.nl

Op de website van het samenwerkingsverband vinden jullie meer info over het hele project. 

Marian Plat, Fanny Cattenstart, Marijke Schekkerman
Marian Plat, Fanny Cattenstart, Marijke Schekkerman