Alle weblogberichten

Het was een prachtige route

27 oktober 2021


Deze maand in ons blog: Maria Zaal, PO-ZK collega van het eerste uur – én daarvoor - en de laatste jaren kartrekker van het project Versterken onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. Een fascinatie die als een rode draad door haar onderwijscarrière heen loopt.
Maria gaat half november met pensioen.

Jouw loopbaan, in vogelvlucht?
Ik was 21 toen ik de PABO afrondde, tegelijk met een studie pedagogiek. Je kunt het je nu amper voorstellen, maar in die tijd – eind jaren 70 – sprak men nog van een ‘opleiding tot werkeloosheid’. Ik had de mazzel dat ik op mijn stageschool kon blijven. In de avonduren heb ik later – toen we al kinderen hadden - de opleiding IB/RT gedaan. Ik heb een tijdje ingevallen op de school van onze zonen en toen ik in 1998 op een andere school de leerkracht van groep 7 ging vervangen, werd ik daar ook een dag als IB-er aangesteld. De directeur bracht me naar een kantoortje met dossierkasten vol hangmappen en zei: ‘Ik heb geen idee wat je moet doen, maar maak er wat van’. Dat heb ik gedaan.

Hoe ben je bij PO-ZK terechtgekomen?
Stap voor stap. Het thema ‘inclusief onderwijs’ stond al sinds begin jaren 90 op de agenda en in die tijd ontstonden de eerste samenwerkingsverbanden tussen besturen voor regulier en speciaal onderwijs. Met als doel scholen te ondersteunen bij vragen over individuele leerlingen of over bredere thema’s. Toen was dat nog georganiseerd vanuit de verschillende zuilen die we kenden, deze regio had er drie. In 2006 kwam ik bij het PC/RK SWV Schoten terecht. De drie samenwerkingsverbanden fuseerden tot Weer Samen Naar School, sinds de invoering van de Wet Passend Onderwijs in 2014 SWV PO-ZK. Ik ben al die tijd gebleven.

Is er een situatie of leerling die je speciaal is bijgebleven in al die jaren?
Heel veel, maar ik denk direct aan Tobias. Ik was net begonnen als leerkracht en gaf een les verkeer in groep 3. Ik deelde de boekjes uit en hoorde achter me: ‘De wereld van het verkeer’. Dat was Tobias, hij las zonder haperen de titel van het boek voor. Ik ging uiteraard in gesprek met zijn moeder. Zij beaamde dat Tobias thuis alles las wat los en vast zat; de encyclopedie, natuurboeken. Waarom had ze dat niet verteld? Waarop ze antwoordde: ‘Joh, Tobias vindt het prachtig wat je doet! Zoals jij B-OO-M zegt in stukjes, met die hak-gebaren erbij. Hij komt thuis wel aan zijn trekken hoor, niks aan de hand.’ Ik ben hem toch meer uitdaging gaan bieden. Al hadden zijn ouders op zich een fijne, nuchtere kijk op de situatie. Dat is soms wel eens anders. Hoewel het natuurlijk vooral heel goed is dat ouders meer betrokken zijn bij het onderwijs aan hun kinderen. Samen weet je meer dan alleen tenslotte.

Waar komt jouw fascinatie voor hoogbegaafdheid vandaan?
Na Tobias kwamen er vaker leerlingen langs die extra uitdaging nodig hadden. Maar dat ik me verder ben gaan verdiepen in dit thema komt vooral door mijn eigen kinderen. Ik ben moeder van drie zonen die hier ieder op hun eigen manier mee hebben geworsteld. Bij de middelste leidde het tot problemen. Hij deed niet mee in de klas, leek zich enorm te vervelen, er waren regelmatig conflicten. Bij toetsen deed hij vervolgens alles goed! Wij hadden geen idee wat er aan de hand was, waren helemaal niet bezig met hoogbegaafdheid of zoiets.
Op aanraden van school hebben we hem laten onderzoeken. We schrokken van de uitkomst. Dan beland je in die wereld en ga je verder kijken. Uiteindelijk heeft dit tot een schoolwissel geleid, ook voor de andere twee. Daarna ging het beter. Alle drie zijn ze versneld door de basisschool gegaan; ik heb zelf allerlei compact en verrijkend materiaal aangedragen om school te ondersteunen. Als moeder vond ik het allemaal heel spannend en soms ongemakkelijk. Maar ik ben blij dat ze goed door hun schooltijd zijn gekomen. Te midden van de andere kinderen, allemaal verschillend. Juist daar hebben ze zoveel van geleerd. Dat zie ik nu terug in de volwassenen die ze zijn geworden.

Je stond aan de wieg van DWS Zuid-Kennemerland, hoe ging dat?
Dat kwam voort uit een vraag van een school. Zoals al het aanbod vanuit het samenwerkingsverband. Die school was zoekende met een leerling die veel meer uitdaging nodig had dan ze in de klas konden bieden. De IB-er had iets gehoord over een initiatief in Amsterdam waarbij hoogbegaafde leerlingen één dag in de week passend aanbod kregen. Ik dacht: Dat moeten wij ook hebben! Dus ik heb dat voorgelegd aan onze directeur en die vond het een uitstekend idee. Voorwaarde was dat het een voorziening werd die voor iedere school in ons gebied bereikbaar zou moeten zijn. Daarom valt DWS Zuid-Kennemerland niet onder een schoolbestuur, maar hebben wij het als samenwerkingsverband georganiseerd. Mijn collega Sandra Schelfaut haakte aan en samen zijn we gaan onderzoeken waar de behoeften op dit gebied lagen bij onze scholen. In januari 2016 zijn we gestart met 15 deelnemende scholen; dat zijn er inmiddels bijna 50. Daar kunnen we best trots op zijn.

Het SWV staat voor inclusief denken, hoe past DWS daarin?
Door zo'n initiatief als DWS krijgen scholen júíst de kans om die hoogbegaafde leerlingen waar ze handelingsverlegen mee zijn, te bieden wat nodig is: peer-contact, uitdagend aanbod, leren-leren. De scholen waar de leerlingen vandaan komen worden betrokken bij DWS, evenals de ouders. DWS is onderdeel van het gesubsidieerde project Versterken onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen. We ondersteunen scholen door kennis en kunde rondom dit thema te vergroten. Door experts in te zetten, op scholen specialisten op te leiden, leerkrachtmiddagen te organiseren, onlangs de HB Conferentie en ga zo maar door.
Door dit aanbod lukt het steeds beter om af te stemmen op de onderwijsbehoeften van deze leerlingen. Die kunnen hierdoor op hun vertrouwde school blijven, in hun eigen omgeving. Zij voelen zich gezien, leren de dingen die ze moeten leren. Daar valt omgaan met kinderen die niet hetzelfde zijn als jij ook onder. Dat kun je later in je leven goed gebruiken. Je kunt nog zo getalenteerd zijn, maar je zult je altijd moeten verhouden tot anderen en dat kan een hele uitdaging zijn. Hoe jonger je dat leert, hoe beter je je later staande kunt houden. Daarom ben ik in principe ook geen voorstander van fulltime HB onderwijs. Daar schuilt het risico in dat je de aansluiting met de rest verliest.

Hoe kijk je terug op je loopbaan?
Het is een prachtige route geweest. Eerst als leerkracht voor de groep, dan als IB-er voor de hele school en de laatste 15 jaar school-overstijgend bij een bruisende en lerende organisatie waar ontzettend veel mogelijk is. Ik heb altijd kunnen werken vanuit de drive om oplossingen te zoeken voor vragen die er waren op onze scholen. Altijd de gelegenheid gehad om buiten de kaders te denken als de situatie daarom vroeg. De autonomie ligt bij de scholen, zij bepalen waar ze het ondersteuningsbudget voor inzetten en wij zoeken en vinden manieren om hen daar zo goed mogelijk bij te ondersteunen, via korte en open lijnen. Dat is echt de kracht van dit samenwerkingsverband. Altijd op zoek naar nóg meer verbinding tussen scholen – regulier, gespecialiseerd, voortgezet onderwijs – en met andere organisaties. Met als hoofddoel: nóg beter onderwijs voor álle leerlingen.

Wat ga je straks doen?
Opruimen! En verder: Mijn oma-rol op me nemen voor onze – binnenkort – vier kleinkinderen; muziek maken; fietstochten maken. Vooral heel veel samen ondernemen.